Noortje

Het was 1951 of 52. Wij, leerlingen van de 4e klas van de lagere school, bewoners van de nieuwe huizen aan de rand van Tuindorp Nieuwendam, konden geen plaats vinden aan de Purmerschool van meester Aalderink. We moesten helemaal naar het eind van de Waddendijk in het Blauwezand. In het Blauwe Zand woonden communisten en het was er vaak niet pluis. Maar de Waddendijk was behoorlijk veilig. Dijkhuisjes aan de overkant van het water en bushaltes van lijn C.

Toen kwam Noortje bij ons in de klas. De klas van meester Stikker (ja, de broer van de minister!). Noortje was een paar jaar ouder dan wij, dik en verlegen. Noor was als joods kind ondergedoken geweest, had haar ouders en overige familie verloren, was in Bergen-Belsen geweest tegen het eind van de oorlog.

Opgevangen ik weet niet waar toen ze werd teruggebracht naar Nederland. Lijdend aan wat we nu een post traumatic stress syndrome (ptss) zouden noemen.

Zulke dingen werden niet uitgelegd aan kinderen toendertijd, de volwassenen hadden het zelf moeilijk genoeg met de verdringing en/of de ontkenning van de bezettingsjaren. Noortje was dus een vreemde eend in de bijt van onze klas.

We liepen zoals elke schooldag met een groepje klasgenoten samen terug over de Waddendijk naar de Grote en de Kleine Die achter de RK kerk waar onze moeders woonden. Kwamen plotseling jongetjes van onze school en uit het Blauwezand die ons omringden en Noor apart namen. Ze scholden haar uit en bonden haar vast aan de rode brandmelder op het kruispunt tussen de Waddenweg en de Waddendijk. Ik was te klein om te begrijpen wat ze allemaal zeiden.

Ik zag de ogen van Noor. Vastgebonden, weerloos. Niemand hielp haar. Ergens leek ze gelukkig dat ze nu ook kon voelen wat haar moeder had meegemaakt met de Nazis. Vreselijk. Zoals ze daar stond tegen de Brandmelderpaal op de Waddenweg. Ik zal het nooit vergeten, die ogen.

Ik wilde vechten. Mijn AJC ouders waren geen helden geweest in de oorlog, maar antisemitisme was absoluut out of the question. Twee vriendjes uit mijn klas, Edo en nog een, deden mee. De aanvallertjes waren geschrokken, denk ik, van de ogen van Noor. Ze lieten ons Noortje losmaken en meenemen naar het veilige ‘nieuwe dorp’ waar haar opvanggezin woonde. Ze zei nooit dankjewel en kwam nooit meer naar de school van meester Stikker.

En ik vergeet nooit meer de blik van Noor toen ze onderging wat zogenaamde feministes nu vinden dat besluierde moslimas verdienen.

Eén gedachte over “Noortje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *