Jopie *1919

Op weg naar Zuigelingenzorg of dokter Blankenstijn. Jopie met baby 1941 0f 44.

Het Amsterdamse Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) was aan het einde van de dertiger jaren aanvaard door de gemeenteraad. Zonder gekheid: Het was en is een Plan om trots op te zijn. Optimale bezonning via flatgebouwen met vier woonlagen ( de “haken” die je terugziet in Slotermeer en nog artistieker in de Bijlmermeer). En ook een rigoureuze scheiding van wonen, werken en winkelen. Ook een knappe oplossing van de Sloterdijkse verkeersknoop die veertig jaar later is uitgevoerd.

Zoals telkens weer is bewezen, door de functiescheiding wonen-werken-winkelen-verkeer werd getracht een vorige oorlog te winnen. De oorlog tegen de milieuvervuiling door negentiende-eeuwse fabrieken, die tegen de besmettelijke ziekten in stadswijken en die voor de bescherming van de elite ertegen.

Intussen was in maart 1940 toen mijn ouders trouwden een klein stukje AUP verwezenlijkt: Vier straten en een dwarsstraat op het opgespoten land ten Westen van de Admiraal De Ruyterweg. Daar ook toen een aandrang bestond om de Nederlandse Cultuur te eren, werden de straten vernoemd naar Griselde, Sanderijn, Van Nimwegen en in mijn geval: Lancelot, Lanseloet.

Op de foto bovenaan gaat Jopie Ligteringe (21 jaar bij mijn geboorte, 24 bij de geboorte van mijn volgende broer) met de kinderwagen naar Zuigelingenzorg op de Bos en Lommerweg bij de latere kerk, of naar dokter Blankenstijn op de Admiralenweg ongeveer ter hoogte van de kerktoren.

Het is een prachtige foto. Niet liefelijk. De vrouw is een zelfbewuste pyramide. De compositie is bijna te mooi om waar te zijn. Vluchtelingen als de fotografe Eva Besnyo (Hongaarse vanuit Berlijn) hadden in Nederland een nieuwe wijze van fotograferen ingebracht. Collega’s als Cas Oorthuys zouden daar nog lang na 1945 op teren. Vermoedelijk is de fotograaf van mijn moeder inderdaad iemand uit de school van Oorthuys. In de familie circuleert het verhaal van een joodse fotograaf die ondergedoken was boven het atelier van Cas Oorthuys in de Jan Evertsenstraat en die moeder en zonen Riethof vastlegde voor en na mei 1945.

We weten niet of de foto Jopie betreft in 1941 met mij als baby in de kinderwagen of mijn broer die aan het begin van de hongerwinter in 1944 werd geboren.

Ik kan het niet meer aan mijn moeder vragen die nu, bijna 98 jaar oud, vegeteert in een zorgcentrum in de Alblasserwaard. Ze spreekt niet meer en is zichtbaar ongelukkig. Ze was in haar tijd een sterke vrouw. Ze wilde meer, veel meer, dan moeder van vier zonen zijn. Toen in de vijftiger jaren door de middenstand vorstvrije zakken werden aangeboden om gekochte waar in te bewaren, verkondigde ze luid: “Ik heb hier in huis al vorstvrije zakken genoeg!” (Een man en vier zoontjes).

Ik heb heel wat te stellen gehad met Jopie. En zij met mij. Daar ga ik het NIET over hebben, @touaregtweet! We hebben dat jaren geleden samen opgelost door te zeggen: “We zijn allebei heel speciaal. Een beetje gek. Maar wel leuk gek, toch?”

Nu kijkt moeder zonder onderbreking tv: Bij voorbeeld de Elfstedentocht 2008 die niet doorging. Ze snapt er niets van maar wordt boos als je de tv uitzet. Vaak is ze bang als je komt en vragen stelt.

Onbeweeglijk. In afwachting van het einde. Kijkt TV.

De laatste keer dat ik haar zag, keek ze me zo hulpeloos maar ook zo vol liefde aan. Je hoeft niets meer te zeggen of te doen, Jopie, we houden van je en je zult gelukkig gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *